Uit de krant van 26 september 1972:

Nieuwleusen heeft een eigen ponyclub. Dinsdagavond vond in zaal Schoemaker de oprichtingsvergadering plaats. Tot nu toe waren de Nieuwleusense ponyruiters aangesloten bij de ponyclub Rouveen e.o. Reeds enige tijd bestond de wens om een club in eigen plaats op te richten. Als hiervoor voldoende belangstelling bestaan is men van plan om ook een club voor paardensport op te richten.

Enkele jaren geleden werd de ponyclub Rouveen opgericht. De meeste leden kwamen uit Rouveen, de overige uit Nieuwleusen. Onder leiding van instructeur G.W. Meijer uit Hardenberg werd intensief geoefend en op de concoursen behaalden de ruiters steeds betere resultaten. Het aantal leden uit Nieuwleusen groeide geleidelijk aan en omdat de afstand naar Rouveen, waar het oefenterrein lag, langzamerhand een probleem werd (de ruiters uit Nieuwleusen moeten ongeveer een uur rijden om er te komen) ontstond de wens om in Nieuwleusen ook een club op te richten. Dinsdagavond werd dit een feit. Men heeft de beschikking over zeventien pony’s meer dan voldoende voor een eigen club.

Tot bestuursleden werden benoemd A. Boerman, voorzitter, B. Boesenkool, secretaris en mevrouw Bovenhof, penningmeesteresse. De heer G.W. Meijer werd benoemd tot instructeur. Men heeft de beschikking over een eigen oefenterrein, een hectare groot, gelegen bij het sportveldencomplex aan de Backxlaan. Dit wordt van de gemeente gehuurd.

Met de financiën is het nog niet geheel rond. De ponyclub Rouveen e.o. kon zich financieel aardig goed bedruipen, mede door de subsidie van de gemeente Staphorst. De Nieuwleusense club hoopt nu ook subsidie van de gemeente Nieuwleusen te krijgen, en verder door het houden van acties als bijvoorbeeld het verkopen van ballpoints de zaak te kunnen exploiteren. De ruitersport is nogal kostbaar volgens het bestuur. Niet alleen de benodigde springattributen kosten geld, maar ook de kosten van de instructeur. Een belangrijke post is wel de vrachtkosten van het bezoeken van de concoursen in andere plaatsen. Men heeft echter goede hoop dat de financiële problemen overwonnen kunnen worden.

Zaterdag gaat de club meteen al beginnen. Dan worden de eerste trainingen gehouden. De leeftijdsgrenzen van de jeugdige ruiters is acht tot achttien jaar.

Een langgekoesterde wens is om ook tot oprichting van een club voor paardensport. Er is wel belangstelling voor volgens het bestuur van de ponyclub. Dinsdagavond zal men in zaal Schoemaker een vergadering houden waarin alle liefhebbers van paardensport worden verwacht en dan wil men de belangstelling voor de oprichting van een club peilen. Is de belangstelling groot genoeg voor deze ruitersport, dan zal tot oprichting worden overgegaan. Financieel zal het dan ook allemaal wat gemakkelijker worden, omdat zowel het terrein als de attributen gezamenlijk kunnen worden gebruikt.

Enkele leden uit de beginjaren:

Wim Bijker, Dini Boerman, Arie Boerman, Frea Boerman, Henk Boesenkool, Hillie Boesenkool, Arie Bovenhoff, Hilda Bovenhoff, Bert Brinkman, Rita de Graaf, Jetty Krul, Geeke Massier, Marten Massier, Bea Prins, Gerard Prins, Michiel van Saltbommel, Ben Scheiuit, Hilda Scheiuit, Carly Schoemaker, Henri van der Veen, Jannie Witten, Wim van Zoelen

De ponyclub Nieuwleusen en de ponyclub Rouveen hebben een rijke historie samen .

Het oefenterrein werd verplaats naar een weiland naast de spoorlijn wat ook van de Fam. Vos was. De leden hadden zelf een kleine Ierse wal gemaakt en een sloot om over heen te springen.
De club bleef groeien en  kreeg les van Hennie Lommers ( is nu Hennie Dijk). Later kregen ze les van Herman Meijer.

Van links naar rechts achterste rij: Wim Meyer, Hilly ten Kate-Boesenkool, Dinie Boerman, Jacob Troost, Gert Jan Timmerman, Jacob Vos, Arie Boerman, Koob Vos, Albert Mulder, Gerard Prins, Bert Brinkman, Henk Troost, Arie Boverhof, Wim Mansier, ?? de Graaf, Bea Prins, Klaas Tippe. Van links naar rechts voorste rij: Wim van Zoelen, Frieda Boerman, Hilda Boverhof, Michiel van Saltbommel.